Het verbruik en de uistoot bij het rijden zijn in belangrijke mate afhankelijk van de manier van rijden. Bij het zogenaamde ecodriving of nieuwe rijden worden een aantal eenvoudige principes toegepast die het brandstofverbruik verminderen én de veiligheid verhogen. Het verschil tussen een sportieve rijstijl en ecodriving kan tot 35 procent oplopen. Dat is ook financieel niet te versmaden.
- Sneller schakelen. Schakel snel naar een hogere versnelling: bij 2500 toeren voor benzinewagens, bij 2000 toeren voor een diesel.
- De gepaste snelheid kiezen. Op de autosnelweg is 10 à 15 km/uur trager rijden al goed voor een verlaging van het verbruik met 1 liter per 100 km. De tijdswinst door sneller te rijden is zogoed als verwaarloosbaar. Ook een gelijkmatige snelheid beperkt het verbruik.
- Anticiperen: kijk zo ver mogelijk vooruit. Wanneer je een obstakel of een kruispunt nadert, laat het gaspedaal dan los. Blijf uitbollen in dezelfde versnelling, en schakel pas wanneer je opnieuw wil versnellen. Omdat de wielen op dat moment de motor draaiende houden is er geen verbruik.
- Het gewicht beperken. Onnodig gewicht zorgt voor een hoger verbruik. Laat dus geen onnodige bagage in de auto slingeren en verwijder het bagagerek, de dakkoffer of de fietsenhouder als je ze niet gebruikt.
- De luchtweerstand van je wagen beperken: een bagagerek, dakkoffer of fietsenhouder verhogen ook de luchtweerstand (de aerodynamische weerstand) van je wagen. Verwijder ze als je ze langere tijd niet gebruikt. Omwille van die luchtweerstand monteer je een fietsenhouder beter achteraan dan boven op het dak. Ook het rijden met een open raampje of een open dak verstoort de aerodynamiek en leidt tot een hoger verbruik.
- De bandenspanning controleren. Elke autoband, ook een nieuwe, verliest maandelijks ongeveer 0,15 bar. Een te lage spanning veroorzaakt niet enkel een hoger verbruik, maar zorgt ook voor minder grip op de weg. Elke maand je bandenspanning even controleren is dus geen overbodige luxe. In de meeste benzinestations kan je dit zelf doen.
- De motor uitzetten bij korte stops. Al vanaf 30 seconden stilstand (bij een spoorwegovergang, om iemand op te pikken...) is het beter om de motor uit te zetten.
- Het energieverbruik beperken. Accessoires als achterruitverwarming, mistlampen of airco doen het energieverbruik fors toenemen. Gebruik ze dus enkel indien echt nodig.
- De beschikbare apparatuur gebruiken: de toerenteller of boordcomputer helpen om de juiste versnelling te kiezen. Met cruise control kun je gemakkelijker een gelijkmatige snelheid aanhouden.
- Een koude motor warmt beter op als je er onmiddellijk – maar rustig – mee rijdt. Laat je motor dus niet eerst enkele minuten stationair draaien, zelfs op koude ochtenden.
- Regelmatig onderhoud. Sla best geen onderhoudsbeurten over. Gebruik olie van goede kwaliteit en ververs ze regelmatig. Vervang ook op de aangegeven tijdstippen de lucht- en oliefilter (en de bougies). Een vuile luchtfilter kan het verbruik met 10 procent doen toenemen!
Meer informatie over Ecodriving op:
Bron:
Ecolife, brochure
101 tips (en meer) om je voetafdruk te verkleinen,
hier downloaden als pdf